Vlaams fokkerijbesluit voor honden en katten
Deze pagina geeft een praktische en zo volledig mogelijke uitleg over het Vlaams fokkerijbesluit: de stamboom als kwaliteitslabel, erkende stamboekverenigingen, fokprogramma’s, prestatieonderzoeken, DNA-afstammingscontrole, inteeltregels en de verplichtingen voor fokkers die honden of katten met stamboom willen verkopen in Vlaanderen.
Doel van de regelgeving
Het fokkerijbesluit wil het fokken van gezonde rashonden en raskatten bevorderen. De nadruk ligt op het terugdringen van erfelijke aandoeningen en het behouden of vergroten van de genetische diversiteit binnen rassen en variëteiten.
De stamboom wordt daardoor meer dan een bewijs van afstamming: hij wordt een kwaliteitslabel dat aangeeft dat het dier gefokt werd volgens een goedgekeurd fokprogramma.
Voor wie is dit belangrijk?
De regels zijn vooral belangrijk voor fokkers die in Vlaanderen geboren honden of katten met stamboom of pedigree willen verkopen.
Wie een dier zonder stamboom verkoopt, valt niet automatisch onder deze stamboomregeling, maar moet uiteraard wel de andere dierenwelzijnsregels, identificatie- en registratieregels en verkoopregels volgen.
Verkoop met stamboom
Voor honden en katten die in Vlaanderen geboren zijn, kan een verkoop met stamboom vanaf de toepasselijke datum alleen wanneer de stamboom wordt uitgereikt door een erkende stamboekvereniging.
Erkende stamboekvereniging
Alleen erkende stamboekverenigingen mogen stambomen afleveren voor in Vlaanderen geboren honden en katten. Zij voeren controles uit en registreren de gegevens in hun databank.
Goedgekeurd fokprogramma
Een stamboom mag slechts als kwaliteitslabel gelden wanneer de combinatie van ouderdieren voldoet aan het goedgekeurde fokprogramma van het ras of de variëteit.
Fokkerijbesluit
Het fokkerijbesluit gaat over stambomen, fokprogramma’s, controle van ouderdieren, DNA-afstammingscontrole, erfelijke aandoeningen, genetische diversiteit en het globaal fokadvies.
Het is dus een regeling rond het verantwoord fokken van rashonden en raskatten met stamboom.
Kennelbesluit / HK-erkenning
Het Kennelbesluit gaat over erkenning, huisvesting, administratie, dierenartsbegeleiding, verzorging en verkoopvoorwaarden van inrichtingen voor honden en katten.
Een fokker kan met beide regelgevingen te maken hebben, maar ze hebben een ander doel.
Wat betekent dit?
Een stamboom is niet langer alleen een document met afstamming. De stamboom moet ook aantonen dat het dier gefokt werd volgens de voorwaarden van het goedgekeurde fokprogramma.
Voor kopers betekent dit meer transparantie over afkomst, registratie, ras of variëteit en de gecontroleerde fokcombinatie.
Gegevens op de stamboom
- naam van het dier;
- registratienummer bij de stamboekvereniging;
- identificatienummer in DogID of CatID;
- geboortedatum en geslacht;
- ras en eventueel variëteit;
- minstens één generatie afstamming met identificatienummers;
- naam en adres van de fokker;
- gegevens van de erkende stamboekvereniging.
Hun rol
Erkende stamboekverenigingen zorgen voor de praktische uitvoering van het fokkerijbesluit binnen hun erkende diersoort, ras of variëteit.
- registreren honden of katten in een databank;
- controleren DNA-afstamming;
- controleren prestatieonderzoeken;
- controleren paringscombinaties;
- geven stambomen uit;
- zien toe op het gebruik van fokprogramma’s;
- verzorgen opleidingen of informatie voor correct gebruik van fokprogramma’s.
Geen verplichte aansluiting
Een vereniging mag een fokker niet verplichten om lid te worden om aan een fokprogramma deel te nemen of om een stamboom te kunnen aanvragen.
Een fokker moet dus een stamboom kunnen aanvragen bij een erkende stamboekvereniging zonder verplicht lidmaatschap, voor zover aan de voorwaarden voldaan is.
Gegevens overnemen
Een erkende stamboekvereniging mag registratie van dieren die bij een andere vereniging ingeschreven zijn niet zomaar weigeren. Bestaande afstammingsgegevens en prestatieonderzoeken moeten zoveel mogelijk worden overgenomen zodat gegevens niet verloren gaan.
Doel per ras
Elk fokprogramma vertrekt van het ras of de variëteit en houdt rekening met de specifieke erfelijke risico’s, gezondheidsproblemen en genetische situatie van dat ras.
Verplichte onderzoeken
De rasfiche bepaalt welke prestatieonderzoeken of genetische testen vereist zijn, welke methode gebruikt wordt, hoe vaak ze moeten gebeuren en vanaf welke minimumleeftijd.
Individueel en globaal advies
Per onderzoek kan een fokadvies worden gegeven: positief, voorwaardelijk positief of negatief. Daarna volgt een globaal fokadvies over de volledige combinatie van ouderdieren.
Wat zijn prestatieonderzoeken?
Prestatieonderzoeken zijn onderzoeken die de aanleg of toestand van een dier beoordelen voor een bepaald kenmerk of risico. Dat kan gaan om DNA-onderzoek, RX-opnames, echocardiografie, oogonderzoek, BAER-testen of andere onderzoeken die in het fokprogramma zijn vastgelegd.
Welke onderzoeken verplicht zijn, hangt af van het ras of de variëteit.
Vrije keuze dierenarts en labo
De testmethodes worden vastgelegd in het fokprogramma. De fokker behoudt de vrije keuze van dierenarts en laboratorium voor testen, onderzoeken en ouderschapscontroles, zolang de resultaten bruikbaar zijn volgens de voorwaarden van het fokprogramma.
Fenotypische onderzoeken, zoals RX of echografie, worden in de praktijk uitgevoerd door een dierenarts.
Waarom DNA-controle?
De afstamming van nakomelingen wordt gecontroleerd met DNA. Dit is belangrijk omdat een stamboom alleen betrouwbaar is als de ouderdieren correct zijn vastgesteld.
Bij controle wordt gekeken of de nakomeling genetisch past bij de opgegeven ouderdieren.
SNP of STR
Voor ouderschapscontrole kan gewerkt worden met SNP-profielen of STR-profielen. Bij gebruik van STR moet de afstamming van alle nakomelingen worden getest. Bij gebruik van SNP worden van alle nakomelingen stalen genomen, maar wordt het aantal effectief te testen stalen bepaald volgens de nestgrootte.
- nest van 1 tot 5 nakomelingen: minstens 1 staal testen;
- nest van 6 tot 10 nakomelingen: minstens 2 stalen testen;
- nest van meer dan 10 nakomelingen: minstens 3 stalen testen.
Als een geteste nakomeling niet past bij één van de ouderdieren, moet het nest verder of opnieuw gecontroleerd worden volgens de officiële regeling.
Verboden nauwe verwantschap
Een teef of kattin mag niet worden gedekt door haar grootvader, vader, broer, halfbroer, zoon of kleinzoon.
COI-regel
De inteeltcoëfficiënt van de nakomeling mag maximaal 1% hoger zijn dan de gemiddelde inteeltcoëfficiënt van beide ouders, berekend op minimum drie generaties.
Onvoldoende generaties
Als er minder dan drie generaties van de ouders gekend zijn, is de combinatie alleen toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs vaders- én moederskant en als alle verplichte individuele fokadviezen positief zijn.
Individueel fokadvies
Voor elk verplicht prestatieonderzoek kan het fokprogramma aangeven welke combinatie toegestaan is en welk advies daarbij hoort.
- Positief: de combinatie is op dit punt aanvaardbaar.
- Voorwaardelijk positief: de combinatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden of in samenhang met andere resultaten.
- Negatief: de combinatie is op dit punt niet verantwoord volgens het fokprogramma.
Globaal fokadvies
Het globale fokadvies kijkt naar de volledige combinatie. Het houdt rekening met de afzonderlijke adviezen, de inteeltcoëfficiënt en het doel om erfelijke aandoeningen terug te dringen zonder de genetische diversiteit onnodig te verkleinen.
Een combinatie kan dus niet enkel op één test bekeken worden: het totaalbeeld is belangrijk.
1Ras kiezen
Kijk welk goedgekeurd fokprogramma geldt voor het ras of de variëteit waarmee u wil fokken.
2Ouders controleren
Laat de vereiste testen en onderzoeken uitvoeren bij de ouderdieren en bezorg de resultaten aan de erkende stamboekvereniging.
3Combinatie beoordelen
Controleer of de combinatie voldoet aan de individuele fokadviezen, het globale fokadvies en de inteeltregels.
4Stamboom aanvragen
Vraag de stamboom aan bij een erkende stamboekvereniging en volg de procedure voor DNA-afstammingscontrole en registratie.
Wanneer kan dit voorkomen?
Wanneer niet voldaan is aan het fokprogramma, kunnen afstammingsgegevens soms wel bewaard worden in een apart document zodat informatie over het dier niet verloren gaat.
Duidelijk onderscheid
Een afstammingscertificaat mag niet als stamboom of pedigree worden voorgesteld. Het moet visueel duidelijk verschillend zijn van een stamboom en geeft niet dezelfde waarborg als kwaliteitslabel.
Buitenlandse ouderdieren
Het gebruik van buitenlandse ouderdieren kan belangrijk zijn voor genetische diversiteit. De combinatie moet wel beoordeeld kunnen worden binnen het geldende fokprogramma.
Voor sommige onderzoeken bestaan omzettingen of beoordelingsregels zodat buitenlandse resultaten correct geïnterpreteerd kunnen worden.
Andere stamboekverenigingen
Fokkers moeten dieren kunnen combineren met dieren die bij andere verenigingen geregistreerd zijn. Dat is belangrijk om de genetische diversiteit te behouden of te vergroten.
De erkende stamboekvereniging moet beschikbare afstammingsgegevens en prestatieonderzoeken meenemen zodat informatie niet verloren gaat.
Honden
Bij honden komen vaak fenotypische onderzoeken voor zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie, oogonderzoek, hartonderzoek of andere rasgebonden onderzoeken. De exacte verplichtingen staan per ras in het fokprogramma.
Katten
Bij katten gaat het vaak om DNA-testen, hartonderzoek, nieronderzoek, BAER-testen of andere rasgebonden onderzoeken. Ook hier bepaalt het fokprogramma welke testen nodig zijn en welk fokadvies daarbij hoort.
Geen algemene lijst voor alle rassen
Er is niet één identieke testlijst voor alle honden en katten. Het ras, de variëteit en de gekende erfelijke risico’s bepalen welke onderzoeken verplicht of aanbevolen zijn.
Voor de dekking
- ras of variëteit correct bepalen;
- geldend fokprogramma raadplegen;
- verplichte testen van beide ouderdieren controleren;
- COI en verboden verwantschap controleren;
- globaal fokadvies van de combinatie bekijken.
Bij geboorte van het nest
- nestgegevens correct registreren;
- identificatie en registratie voorbereiden;
- DNA-stalen van ouderdieren en nakomelingen volgens procedure voorzien;
- de stamboekvereniging tijdig informeren.
Bij verkoop met stamboom
- controleren of de stamboom door een erkende stamboekvereniging wordt uitgereikt;
- zorgen dat de verplichte onderzoeken geregistreerd zijn;
- zorgen dat de afstamming correct gecontroleerd is;
- koper correct informeren over stamboom, ras, gezondheid en fokadvies.
Centrale linkpagina
Deze pagina bevat geen rechtstreekse externe links naar Vlaanderen of Dierenwelzijn. Alle officiële bronnen, modellen, formulieren, fokprogramma’s en downloads worden op één centrale linkpagina beheerd.
Als Vlaanderen een document of link wijzigt, moet alleen die centrale linkpagina aangepast worden.