Vlaams fokkerijbesluit voor honden en katten

Deze pagina geeft een praktische en zo volledig mogelijke uitleg over het Vlaams fokkerijbesluit: de stamboom als kwaliteitslabel, erkende stamboekverenigingen, fokprogramma’s, prestatieonderzoeken, DNA-afstammingscontrole, inteeltregels en de verplichtingen voor fokkers die honden of katten met stamboom willen verkopen in Vlaanderen.

Stamboom als kwaliteitslabel Erkende stamboekverenigingen Fokprogramma’s Prestatieonderzoek DNA-afstamming Inteeltregels
Wat regelt het fokkerijbesluit?

Doel van de regelgeving

Het fokkerijbesluit wil het fokken van gezonde rashonden en raskatten bevorderen. De nadruk ligt op het terugdringen van erfelijke aandoeningen en het behouden of vergroten van de genetische diversiteit binnen rassen en variëteiten.

De stamboom wordt daardoor meer dan een bewijs van afstamming: hij wordt een kwaliteitslabel dat aangeeft dat het dier gefokt werd volgens een goedgekeurd fokprogramma.

Voor wie is dit belangrijk?

De regels zijn vooral belangrijk voor fokkers die in Vlaanderen geboren honden of katten met stamboom of pedigree willen verkopen.

Wie een dier zonder stamboom verkoopt, valt niet automatisch onder deze stamboomregeling, maar moet uiteraard wel de andere dierenwelzijnsregels, identificatie- en registratieregels en verkoopregels volgen.

Kernpunten in één overzicht
Vanaf 1 juli 2025
Enkel erkende verenigingen
Volgens fokprogramma

Verkoop met stamboom

Voor honden en katten die in Vlaanderen geboren zijn, kan een verkoop met stamboom vanaf de toepasselijke datum alleen wanneer de stamboom wordt uitgereikt door een erkende stamboekvereniging.

Erkende stamboekvereniging

Alleen erkende stamboekverenigingen mogen stambomen afleveren voor in Vlaanderen geboren honden en katten. Zij voeren controles uit en registreren de gegevens in hun databank.

Goedgekeurd fokprogramma

Een stamboom mag slechts als kwaliteitslabel gelden wanneer de combinatie van ouderdieren voldoet aan het goedgekeurde fokprogramma van het ras of de variëteit.

Het verschil met het Kennelbesluit

Fokkerijbesluit

Het fokkerijbesluit gaat over stambomen, fokprogramma’s, controle van ouderdieren, DNA-afstammingscontrole, erfelijke aandoeningen, genetische diversiteit en het globaal fokadvies.

Het is dus een regeling rond het verantwoord fokken van rashonden en raskatten met stamboom.

Kennelbesluit / HK-erkenning

Het Kennelbesluit gaat over erkenning, huisvesting, administratie, dierenartsbegeleiding, verzorging en verkoopvoorwaarden van inrichtingen voor honden en katten.

Een fokker kan met beide regelgevingen te maken hebben, maar ze hebben een ander doel.

De stamboom als kwaliteitslabel

Wat betekent dit?

Een stamboom is niet langer alleen een document met afstamming. De stamboom moet ook aantonen dat het dier gefokt werd volgens de voorwaarden van het goedgekeurde fokprogramma.

Voor kopers betekent dit meer transparantie over afkomst, registratie, ras of variëteit en de gecontroleerde fokcombinatie.

Gegevens op de stamboom

  • naam van het dier;
  • registratienummer bij de stamboekvereniging;
  • identificatienummer in DogID of CatID;
  • geboortedatum en geslacht;
  • ras en eventueel variëteit;
  • minstens één generatie afstamming met identificatienummers;
  • naam en adres van de fokker;
  • gegevens van de erkende stamboekvereniging.
Erkende stamboekverenigingen

Hun rol

Erkende stamboekverenigingen zorgen voor de praktische uitvoering van het fokkerijbesluit binnen hun erkende diersoort, ras of variëteit.

  • registreren honden of katten in een databank;
  • controleren DNA-afstamming;
  • controleren prestatieonderzoeken;
  • controleren paringscombinaties;
  • geven stambomen uit;
  • zien toe op het gebruik van fokprogramma’s;
  • verzorgen opleidingen of informatie voor correct gebruik van fokprogramma’s.

Geen verplichte aansluiting

Een vereniging mag een fokker niet verplichten om lid te worden om aan een fokprogramma deel te nemen of om een stamboom te kunnen aanvragen.

Een fokker moet dus een stamboom kunnen aanvragen bij een erkende stamboekvereniging zonder verplicht lidmaatschap, voor zover aan de voorwaarden voldaan is.

Gegevens overnemen

Een erkende stamboekvereniging mag registratie van dieren die bij een andere vereniging ingeschreven zijn niet zomaar weigeren. Bestaande afstammingsgegevens en prestatieonderzoeken moeten zoveel mogelijk worden overgenomen zodat gegevens niet verloren gaan.

Wat moet in een fokprogramma staan?
Ras of variëteit
Rasfiche en testen
Fokadvies

Doel per ras

Elk fokprogramma vertrekt van het ras of de variëteit en houdt rekening met de specifieke erfelijke risico’s, gezondheidsproblemen en genetische situatie van dat ras.

Verplichte onderzoeken

De rasfiche bepaalt welke prestatieonderzoeken of genetische testen vereist zijn, welke methode gebruikt wordt, hoe vaak ze moeten gebeuren en vanaf welke minimumleeftijd.

Individueel en globaal advies

Per onderzoek kan een fokadvies worden gegeven: positief, voorwaardelijk positief of negatief. Daarna volgt een globaal fokadvies over de volledige combinatie van ouderdieren.

Prestatieonderzoeken en testen

Wat zijn prestatieonderzoeken?

Prestatieonderzoeken zijn onderzoeken die de aanleg of toestand van een dier beoordelen voor een bepaald kenmerk of risico. Dat kan gaan om DNA-onderzoek, RX-opnames, echocardiografie, oogonderzoek, BAER-testen of andere onderzoeken die in het fokprogramma zijn vastgelegd.

Welke onderzoeken verplicht zijn, hangt af van het ras of de variëteit.

Vrije keuze dierenarts en labo

De testmethodes worden vastgelegd in het fokprogramma. De fokker behoudt de vrije keuze van dierenarts en laboratorium voor testen, onderzoeken en ouderschapscontroles, zolang de resultaten bruikbaar zijn volgens de voorwaarden van het fokprogramma.

Fenotypische onderzoeken, zoals RX of echografie, worden in de praktijk uitgevoerd door een dierenarts.

DNA-afstammingscontrole

Waarom DNA-controle?

De afstamming van nakomelingen wordt gecontroleerd met DNA. Dit is belangrijk omdat een stamboom alleen betrouwbaar is als de ouderdieren correct zijn vastgesteld.

Bij controle wordt gekeken of de nakomeling genetisch past bij de opgegeven ouderdieren.

SNP of STR

Voor ouderschapscontrole kan gewerkt worden met SNP-profielen of STR-profielen. Bij gebruik van STR moet de afstamming van alle nakomelingen worden getest. Bij gebruik van SNP worden van alle nakomelingen stalen genomen, maar wordt het aantal effectief te testen stalen bepaald volgens de nestgrootte.

  • nest van 1 tot 5 nakomelingen: minstens 1 staal testen;
  • nest van 6 tot 10 nakomelingen: minstens 2 stalen testen;
  • nest van meer dan 10 nakomelingen: minstens 3 stalen testen.

Als een geteste nakomeling niet past bij één van de ouderdieren, moet het nest verder of opnieuw gecontroleerd worden volgens de officiële regeling.

Inteeltregels en verboden combinaties

Verboden nauwe verwantschap

Een teef of kattin mag niet worden gedekt door haar grootvader, vader, broer, halfbroer, zoon of kleinzoon.

COI-regel

De inteeltcoëfficiënt van de nakomeling mag maximaal 1% hoger zijn dan de gemiddelde inteeltcoëfficiënt van beide ouders, berekend op minimum drie generaties.

Onvoldoende generaties

Als er minder dan drie generaties van de ouders gekend zijn, is de combinatie alleen toegestaan als er geen gemeenschappelijke voorouders zijn langs vaders- én moederskant en als alle verplichte individuele fokadviezen positief zijn.

Fokadvies: positief, voorwaardelijk positief of negatief

Individueel fokadvies

Voor elk verplicht prestatieonderzoek kan het fokprogramma aangeven welke combinatie toegestaan is en welk advies daarbij hoort.

  • Positief: de combinatie is op dit punt aanvaardbaar.
  • Voorwaardelijk positief: de combinatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden of in samenhang met andere resultaten.
  • Negatief: de combinatie is op dit punt niet verantwoord volgens het fokprogramma.

Globaal fokadvies

Het globale fokadvies kijkt naar de volledige combinatie. Het houdt rekening met de afzonderlijke adviezen, de inteeltcoëfficiënt en het doel om erfelijke aandoeningen terug te dringen zonder de genetische diversiteit onnodig te verkleinen.

Een combinatie kan dus niet enkel op één test bekeken worden: het totaalbeeld is belangrijk.

Wat moet de fokker praktisch doen?

1Ras kiezen

Kijk welk goedgekeurd fokprogramma geldt voor het ras of de variëteit waarmee u wil fokken.

2Ouders controleren

Laat de vereiste testen en onderzoeken uitvoeren bij de ouderdieren en bezorg de resultaten aan de erkende stamboekvereniging.

3Combinatie beoordelen

Controleer of de combinatie voldoet aan de individuele fokadviezen, het globale fokadvies en de inteeltregels.

4Stamboom aanvragen

Vraag de stamboom aan bij een erkende stamboekvereniging en volg de procedure voor DNA-afstammingscontrole en registratie.

Afstammingscertificaat is geen stamboom

Wanneer kan dit voorkomen?

Wanneer niet voldaan is aan het fokprogramma, kunnen afstammingsgegevens soms wel bewaard worden in een apart document zodat informatie over het dier niet verloren gaat.

Duidelijk onderscheid

Een afstammingscertificaat mag niet als stamboom of pedigree worden voorgesteld. Het moet visueel duidelijk verschillend zijn van een stamboom en geeft niet dezelfde waarborg als kwaliteitslabel.

Buitenlandse dieren en dieren uit andere verenigingen

Buitenlandse ouderdieren

Het gebruik van buitenlandse ouderdieren kan belangrijk zijn voor genetische diversiteit. De combinatie moet wel beoordeeld kunnen worden binnen het geldende fokprogramma.

Voor sommige onderzoeken bestaan omzettingen of beoordelingsregels zodat buitenlandse resultaten correct geïnterpreteerd kunnen worden.

Andere stamboekverenigingen

Fokkers moeten dieren kunnen combineren met dieren die bij andere verenigingen geregistreerd zijn. Dat is belangrijk om de genetische diversiteit te behouden of te vergroten.

De erkende stamboekvereniging moet beschikbare afstammingsgegevens en prestatieonderzoeken meenemen zodat informatie niet verloren gaat.

Honden en katten: zelfde basis, andere invulling per ras

Honden

Bij honden komen vaak fenotypische onderzoeken voor zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie, oogonderzoek, hartonderzoek of andere rasgebonden onderzoeken. De exacte verplichtingen staan per ras in het fokprogramma.

Katten

Bij katten gaat het vaak om DNA-testen, hartonderzoek, nieronderzoek, BAER-testen of andere rasgebonden onderzoeken. Ook hier bepaalt het fokprogramma welke testen nodig zijn en welk fokadvies daarbij hoort.

Geen algemene lijst voor alle rassen

Er is niet één identieke testlijst voor alle honden en katten. Het ras, de variëteit en de gekende erfelijke risico’s bepalen welke onderzoeken verplicht of aanbevolen zijn.

Praktische checklist voor een stamboomaanvraag

Voor de dekking

  • ras of variëteit correct bepalen;
  • geldend fokprogramma raadplegen;
  • verplichte testen van beide ouderdieren controleren;
  • COI en verboden verwantschap controleren;
  • globaal fokadvies van de combinatie bekijken.

Bij geboorte van het nest

  • nestgegevens correct registreren;
  • identificatie en registratie voorbereiden;
  • DNA-stalen van ouderdieren en nakomelingen volgens procedure voorzien;
  • de stamboekvereniging tijdig informeren.

Bij verkoop met stamboom

  • controleren of de stamboom door een erkende stamboekvereniging wordt uitgereikt;
  • zorgen dat de verplichte onderzoeken geregistreerd zijn;
  • zorgen dat de afstamming correct gecontroleerd is;
  • koper correct informeren over stamboom, ras, gezondheid en fokadvies.
Officiële links en downloads

Centrale linkpagina

Deze pagina bevat geen rechtstreekse externe links naar Vlaanderen of Dierenwelzijn. Alle officiële bronnen, modellen, formulieren, fokprogramma’s en downloads worden op één centrale linkpagina beheerd.

Als Vlaanderen een document of link wijzigt, moet alleen die centrale linkpagina aangepast worden.

Praktische opmerking: deze pagina is bedoeld als uitleg voor fokkers en bezoekers. Voor de uitvoering blijven het goedgekeurde fokprogramma, de erkende stamboekvereniging en de officiële teksten bepalend.
Let op: een stamboom, een HK-erkenning, identificatie/registratie en de sterilisatieplicht bij katten zijn verschillende verplichtingen. Een fokker moet telkens nagaan welke regels op zijn concrete situatie van toepassing zijn.